Kennisartikel · TachYons Toolkit
Van doelgroep naar gesprek met LinkedIn Sales Navigator
Sales Navigator is de zoekmachine van LinkedIn voor sales. Je vindt er bedrijven en personen op criteria die in het gewone LinkedIn niet beschikbaar zijn, en je houdt bij wat er bij hen verandert. Het levert geen leads op. Het levert een lijst op, en wat die lijst waard is hangt volledig af van de vraag die je stelt.
Dit artikel beschrijft hoe je die vraag stelt: eerst je doelgroep afbakenen, dan bedrijven selecteren, dan de mensen erbij zoeken, en pas daarna bepalen wat je schrijft.
Sales Navigator · werkwijze
In vijf stappen naar het eerste gesprek
Bedrijven kiezen
Een kleine accountlijst op bedrijfskenmerken. Filter op branche, personeelsbestand, personeelsgroei en locatie van het hoofdkantoor. Houd de lijst klein: enkele tientallen bedrijven, geen honderden.
Pijn lokaliseren
Wie voelt het probleem dagelijks? Wie beslist krijgt de meeste berichten en voelt de pijn zelden zelf. Degene die er wekelijks tegenaan loopt, zit vaak een niveau of twee lager.
Splitsen naar rol
Eén lijst per rol in de DMU. Verdeel binnen je accountlijst op functie en senioriteitsniveau. Twee lijsten bij dezelfde bedrijven geven twee verschillende gesprekken over hetzelfde onderwerp.
Moment bepalen
Wie is er net begonnen? Het filter "Van baan veranderd" kijkt negentig dagen terug. Combineer het met "Jaren in huidige functie" om mensen te vinden die een paar maanden onderweg zijn.
Route kiezen
Warm of koud, en met welke insteek. De filtergroep "Best Path" toont een gedeelde connectie, oud-werkgever of opleiding. Een gedeelde naam noemen werkt beter dan formeel om een introductie vragen.
Waarom je niet begint met zoeken
De meeste mensen openen Sales Navigator, typen een functietitel in en krijgen achtduizend resultaten. Daar valt niets mee te beginnen. Niet omdat het er te veel zijn, maar omdat je geen criterium hebt om er iets uit te kiezen.
Een doelgroep afbakenen is dus geen theoretische voorbereiding. Het is het verschil tussen een lijst waar je uit kunt kiezen en een lijst waar je in verdrinkt.
Drie vragen die je vooraf beantwoordt:
- Welk type klant helpt jou je doelstellingen te halen op middellange termijn?
- Welk probleem los je voor dat type op, en waaraan merk je van buitenaf dat ze dat probleem hebben?
- Wie binnen zo'n organisatie voelt dat probleem het sterkst?
Die derde vraag is de lastigste, en er is zelden één antwoord op. In B2B beslist meestal een groep: de DMU. De financiële man kijkt anders naar hetzelfde voorstel dan de operationeel verantwoordelijke. Dat betekent niet dat je moet kiezen. Het betekent dat je ze niet hetzelfde bericht stuurt.
Begin bij bedrijven, niet bij personen
De volgorde die in de praktijk werkt is omgekeerd aan wat de meeste mensen doen: eerst een kleine, scherpe lijst bedrijven, daarna pas de functionarissen daarbinnen.
Dat heeft een praktische reden. Een bedrijf kun je beoordelen. Je kunt zien of ze groeien, of ze vacatures hebben openstaan, in welke sector ze zitten en hoe groot ze zijn. Een persoon los van zijn organisatie kun je nauwelijks beoordelen.
Zoeken op accounts kent zestien filters. De bruikbaarste voor een eerste afbakening:
| Filter | Wat het je vertelt |
|---|---|
| Branche | De basisafbakening, maar zelden voldoende |
| Personeelsbestand bedrijf | Of je bij de juiste omvang zit |
| Personeelsgroei bedrijf | Of er beweging is, en dus budget en urgentie |
| Personeelsgroei afdeling | Waar die beweging precies zit, bijvoorbeeld in sales of IT |
| Locatie van hoofdkantoor | Waar de beslissing valt, niet waar het pand staat |
| Vacatures | Waar ze nu in investeren |
Houd de lijst klein. Vijftig scherp gekozen bedrijven leveren meer op dan vijfhonderd bedrijven die alleen op branche zijn geselecteerd, omdat je bij vijftig nog kunt nadenken over wat je schrijft.
Sla die selectie op als accountlijst. Dat is de basis waar je de rest van je werk op bouwt.
Zoek de pijn, niet de handtekening
Bij het instellen van filters is de reflex om meteen op senioriteit te gaan zitten. Directeur, eigenaar, C-niveau. Iemand die kan beslissen. Dat is begrijpelijk, en het werkt zelden.
Wie kan beslissen, krijgt de meeste berichten. En belangrijker: hij voelt het probleem dat jij oplost meestal niet zelf. Hij hoort erover in een overleg of ziet het terug in een rapportage, maar hij loopt er niet wekelijks tegenaan.
Degene die dat wel doet, zit vaak een niveau of twee lager. Die persoon kan niet tekenen, maar heeft iets waardevollers: een concreet verhaal, en een reden om met je te praten.
Dat gesprek is het doel, niet de afspraak en niet de demo. Als je begrijpt hoe het probleem er van binnenuit uitziet, verdien je een plek aan hun overlegtafel. En op het moment dat het onderwerp daar op de agenda komt, is er iemand die jouw naam noemt. Dan pitch je aan de beslisser met iemand naast je die het al snapt.
Praktisch betekent dit dat je Senioriteitsniveau gebruikt om een groep af te bakenen, niet om zo hoog mogelijk te mikken.
Kijk naar wat iemand doet, niet alleen naar wat hij is
Een functietitel zegt hoe iemand heet binnen de organisatie. Wat hij plaatst en waar hij op reageert, zegt wat hem op dit moment bezighoudt. Dat tweede is bruikbaarder.
Iemand die deelt over doorlooptijden, denkt over doorlooptijden. Iemand die reageert op een bericht over personeelstekort, herkent daar iets in. Dat zijn geen aanwijzingen die je uit een filter haalt, maar uit twee minuten kijken voordat je schrijft. Het filter Op LinkedIn geplaatst helpt je daarbij: het laat zien wie de afgelopen dertig dagen iets heeft geplaatst.
Zet daarnaast per rol één rijtje op papier. Welke taken hoort deze functie uit te voeren? Wat gaat daarbij regelmatig mis? En wat levert het op als het wel goed gaat?
Taken, pijnpunten en opbrengsten. Pains and gains. Wie dat rijtje heeft, hoeft niet meer te bedenken wat hij schrijft. De kern van je bericht is dan simpelweg: ik zie dat jij dit moet doen, daar gaat vaak dat mis, en dat kost je zoveel.
Splits je lijst naar rol binnen de DMU
Zodra je accountlijst staat, zoek je daarbinnen op personen. En dan maak je niet één lijst, maar meerdere: één per rol in de DMU.
Bij zoeken op leads gebruik je daarvoor het filter Accountlijsten, waarmee je de zoekopdracht beperkt tot de bedrijven die je al hebt geselecteerd. Vervolgens verdeel je op Functie en Senioriteitsniveau.
Twee lijsten bij dezelfde bedrijven, bijvoorbeeld de commercieel verantwoordelijken en de operationeel verantwoordelijken, geven je twee verschillende gesprekken over hetzelfde onderwerp. De eerste groep hoor je uit over omzet en pijplijn, de tweede over doorlooptijd en gedoe. Dat is geen trucje: het zijn werkelijk andere problemen, en ze verdienen andere woorden.
Het bijkomende voordeel is dat je binnen één organisatie meerdere ingangen hebt zonder dat je twee keer hetzelfde bericht stuurt. Dat valt op, en niet op de goede manier.
De werkwijze
De vijf stappen, van selectie tot eerste bericht
Bedrijven kiezen
Een kleine accountlijst op bedrijfskenmerken.
Filter op branche, personeelsbestand, personeelsgroei en locatie hoofdkantoor. Houd de lijst klein: enkele tientallen bedrijven, geen honderden.Pijn lokaliseren
Wie voelt het probleem dagelijks?
Wie beslist, krijgt de meeste berichten en voelt het probleem zelden zelf. Degene die er wekelijks tegenaan loopt zit vaak een niveau of twee lager.Splitsen naar rol
Één lijst per rol in de DMU.
Zoek binnen je accountlijst en verdeel op Functie en Senioriteitsniveau. Twee lijsten bij dezelfde bedrijven geven twee verschillende gesprekken over hetzelfde onderwerp.Moment bepalen
Wie is er net begonnen?
Het filter Van baan veranderd kijkt negentig dagen terug. Combineer het met Jaren in huidige functie om de mensen te vinden die een paar maanden onderweg zijn.Route kiezen
Warm of koud, en met welke insteek.
De filtergroep Best Path laat zien of er een gedeelde connectie, oud-werkgever of opleiding is. Een gedeelde naam noemen werkt beter dan formeel om een introductie vragen.Prospect Driver →
De insteek vanuit het koopargument van je prospect.
Prospect Driver bouwt de insteek op uit gegevens over het bedrijf, de branche en actueel nieuws, en vertaalt dat naar koopargumenten in plaats van verkoopargumenten.Stap 5 bepaalt of je bericht wordt gelezen. De eerste vier bepalen of het bij de juiste persoon terechtkomt.
Beweeg over een stap voor de uitwerkingFilter op branche, personeelsbestand, personeelsgroei en locatie hoofdkantoor. Personeelsgroei per afdeling verraadt waar een organisatie op inzet. Houd de lijst klein: enkele tientallen bedrijven, geen honderden.
Wie beslist, krijgt de meeste berichten en voelt het probleem zelden zelf. Degene die er wekelijks tegenaan loopt zit vaak een niveau of twee lager, en heeft een concreet verhaal.
Zoek binnen je accountlijst en verdeel op Functie en Senioriteitsniveau. Twee lijsten bij dezelfde bedrijven geven twee verschillende gesprekken over hetzelfde onderwerp, in andere woorden.
Het filter Van baan veranderd kijkt negentig dagen terug. Combineer het met Jaren in huidige functie om de mensen te vinden die een paar maanden onderweg zijn en dus weten wat ze aantroffen.
De filtergroep Best Path laat zien of er een gedeelde connectie, oud-werkgever of opleiding is. Een gedeelde naam noemen in je bericht werkt vaak beter dan formeel om een introductie vragen.
Sales Navigator vertelt je wie je moet hebben, niet waarom die persoon zou willen luisteren. Prospect Driver bouwt de insteek op uit gegevens over het bedrijf, de branche en actueel nieuws, en vertaalt dat naar koopargumenten in plaats van verkoopargumenten. Je begint het gesprek dus vanuit de situatie van je prospect.
Een insteek die vertrekt bij het koopargument van je prospect, niet bij jouw verkoopargument. Zo bouwt Prospect Driver die op →
Klaar om het toe te passen?
De vijf stappen hierboven werken het best als je ze meteen invult voor je eigen doelgroep. In het gratis werkboek staan ze als oefeningen uitgewerkt, met de nieuwe AI-functies van Sales Navigator en een voorbeeld-persona. Geen e-mailadres nodig.
Doelgroep vinden met Sales Navigator
19 pagina’s, drie oefeningen, direct te downloaden.
Download het werkboek (PDF)Timing: wie net begonnen is, praat makkelijker
Van de 36 filters bij zoeken op leads is er één die vaker een gesprek oplevert dan alle andere bij elkaar: Van baan veranderd.
Iemand die net ergens is begonnen, bevindt zich in de enige periode waarin veranderen normaal is. Hij is aangenomen om iets anders te doen dan zijn voorganger. Hij kijkt met verse ogen naar processen die voor de rest van de organisatie vanzelfsprekend zijn geworden. En hij heeft nog geen leveranciersrelaties om te verdedigen.
Let op wat dit filter precies doet: het toont mensen die in de afgelopen negentig dagen van baan zijn veranderd. Dat is een venster, geen schuifregelaar. Wil je scherper sturen op het moment, dan combineer je het met Jaren in huidige functie.
De kunst zit namelijk in de timing. Iemand die vorige week begon, weet nog niets. Iemand die er drie jaar zit, is onderdeel van het systeem geworden. De periode daartussen is waar het gesprek het meest oplevert.
En let op je insteek. Je belt niet om iets te verkopen aan iemand die net begint. Je belt om te horen wat hij aantrof en wat hij wil veranderen. Dat gesprek is waardevol, ook als er niets uit komt.
Het tweede filter in deze groep, Op LinkedIn geplaatst, toont wie in de afgelopen dertig dagen iets heeft geplaatst. Iemand die zelf plaatst, reageert vaker op een bericht dan iemand die er alleen staat. En je kunt lezen waar hij mee bezig is voordat je begint.
De warme route: kijk eerst wie je al kent
Voordat je iemand koud benadert, controleer je of er een warme route is. Sales Navigator heeft daar een aparte filtergroep voor, Best Path, met vijf filters:
| Filter | Wat het laat zien |
|---|---|
| Connectie | Eerste, tweede of derde graad |
| Connecties van | Wie kent deze persoon via iemand uit jouw netwerk |
| TeamLink-connecties van | Hetzelfde, maar via je collega's |
| Oud-collega | Mensen die ooit bij dezelfde werkgever zaten als jij |
| Gedeelde ervaringen | Gedeelde opleiding, groep of werkgever |
Een tweedegraads connectie waarbij je ziet via wie de verbinding loopt, is een andere benadering dan een koud bericht. Je vraagt niet om een introductie in de klassieke zin, dat voelt vaak zwaarder dan nodig. Je noemt de gedeelde naam gewoon, en dat is genoeg om je bericht te laten landen als iets van een mens in plaats van iets uit een tool.
Wat Sales Navigator niet voor je doet
Drie dingen die vaak verkeerd worden verwacht.
Het levert geen contactgegevens. Je krijgt geen telefoonnummers en geen zakelijke e-mailadressen. Wil je iemand ook buiten LinkedIn bereiken, dan heb je een verrijkingsstap nodig.
Het bepaalt je doelgroep niet. De filters zijn zo scherp als de vraag die je stelt. Wie geen scherp beeld heeft van zijn ideale klant, krijgt een grote lijst en geen antwoord.
Het schrijft je bericht niet. De filters vertellen je wie je benadert en waarom nu, niet wat je zegt. Dat blijft mensenwerk, en het is het deel waar het meestal misgaat.
Nog iets praktisch: de filters Personen in CRM en Bedrijven in CRM werken alleen met een gekoppeld CRM. Die koppeling zit niet in Advanced maar in Advanced Plus, de variant die op aanvraag wordt geprijsd. In Advanced staan die twee filters dus grijs.
Veelgestelde vragen
Kijk naar personeelsgroei per afdeling in plaats van per bedrijf. Een organisatie die als geheel met vijf procent groeit, zegt weinig. Een organisatie waarvan de salesafdeling met dertig procent groeit, zegt iets heel specifieks. Het filter Vacatures laat hetzelfde zien vanuit een andere hoek.
Niet in zijn eerste weken, want dan weet hij nog te weinig. En niet meer na een paar jaar, want dan is hij onderdeel geworden van wat hij aantrof. De periode daartussen levert het meeste op. Combineer het filter Van baan veranderd, dat negentig dagen terugkijkt, met Jaren in huidige functie om die groep af te bakenen.
Kijk naar wat hij plaatst en waar hij op reageert. Dat verraadt meer dan zijn functietitel. Zet er per rol een rijtje naast met de taken die de functie heeft, wat daarbij misgaat en wat het oplevert als het goed gaat. Die drie kolommen, pijnpunten en opbrengsten, bepalen wat je schrijft.
Nee. Je ziet profielen, geen telefoonnummers of zakelijke e-mailadressen. Belangrijker is dat je ook geen gespreksinsteek krijgt: Sales Navigator vertelt je wie je moet hebben, niet waarom die persoon zou willen luisteren. In Prospect Driver plak je de URL van het LinkedIn-profiel dat je zojuist hebt gevonden, of je voert een bedrijfsdomein in. De insteek wordt opgebouwd uit gegevens over het bedrijf, de branche en actueel nieuws, en vertaald naar koopargumenten in plaats van verkoopargumenten.
Dan is de vraag of je het bij LinkedIn houdt of overstapt naar telefoon of e-mail. Dat hangt minder af van het kanaal dan van je insteek: dezelfde persoon die je verzoek negeert, neemt soms wel de telefoon op als je een concrete aanleiding hebt. Houd er wel rekening mee dat elk kanaal zijn eigen spelregels heeft, ook op het gebied van privacy. Ga na wat in jouw situatie van toepassing is voordat je overstapt.
Dat kan, maar de beslisser krijgt de meeste berichten en voelt het probleem zelden zelf. Een gesprek met iemand die er wekelijks tegenaan loopt, levert vaker een vervolg op. Als het onderwerp bij de beslisser op tafel komt, heb je dan iemand binnen die je naam noemt.
Gebruik de filtergroep Best Path. Daarmee zie je of iemand een tweedegraads connectie is, via wie de verbinding loopt, of jullie ooit bij dezelfde werkgever zaten, en of je gedeelde opleidingen of groepen hebt. Een gedeelde naam noemen in je bericht werkt vaak beter dan formeel om een introductie vragen.
Nee. Je doelgroep bepaal je op papier, zonder tool. Sales Navigator helpt je die doelgroep terug te vinden op LinkedIn, en dat is een andere vraag.
Sales Navigator kent drie varianten: Core, Advanced en Advanced Plus. Voor de werkwijze in dit artikel volstaat Core. Je hebt daarmee alle zoekfilters en kunt lijsten opbouwen en opslaan. Advanced voegt één ding toe dat er echt toe doet: je kunt lijsten importeren via een CSV-bestand. Advanced Plus voegt daar de koppeling met je CRM aan toe.
Vooral om uit te sluiten. Heb je veel bestaande klanten, dan wil je die niet opnieuw benaderen. Door je klantenbestand als accountlijst te importeren, bouw je een uitsluitlijst en houd je je zoekresultaten schoon. Bij een handvol klanten typ je dat sneller met de hand dan dat je ervoor upgradet.
Dat kan, en het is een reële optie als de import een eenmalige klus is. Let wel op één ding: bij het terugvallen naar Core worden je geïmporteerde lijsten samengevoegd tot één lijst, zonder onderscheid tussen de lijsten die je had aangemaakt. Voor één uitsluitlijst maakt dat niets uit. Had je meerdere geïmporteerde lijsten met een eigen doel, dan ben je die scheiding kwijt en moet je hem opnieuw aanbrengen.
Klein genoeg om per bedrijf nog te kunnen nadenken over wat je schrijft. In de praktijk betekent dat enkele tientallen, niet honderden.
Ja. Dit werk gebeurt in jouw eigen Sales Navigator, onder jouw profiel, met jouw netwerk als vertrekpunt. Dat geldt ook wanneer TachYons de uitvoering doet via Social Runner of als Business Development Partner. Je netwerk en je connectiegraad zijn niet overdraagbaar, en juist die bepalen welke warme routes je hebt.
Dan is LinkedIn niet je kanaal, en is dat een waardevolle uitkomst. Controleer dat eerst met een brede zoekopdracht op branche en functie voordat je een abonnement neemt.
Zoekopdrachten die je opslaat, blijven zichzelf bijwerken. Nieuwe mensen die aan je criteria voldoen, verschijnen vanzelf. Dat maakt het filter op recente verandering pas echt bruikbaar.
Laatst bijgewerkt: juli 2026 · gebaseerd op de Nederlandstalige interface van Sales Navigator Advanced
Weten hoe het moet is stap één
Het elke werkdag doen is stap twee. Met Social Runner voert een vaste TachYons-expert deze werkwijze uit vanuit jouw eigen profiel, in jouw stijl.
Gratis werkboek: zo vind je jouw doelgroep
Zet de aanpak uit dit artikel meteen om in de praktijk. Het werkboek 2026 bevat drie oefeningen, de nieuwe AI-functies van Sales Navigator en een uitgewerkt voorbeeld-persona. Direct te downloaden, zonder e-mailadres.
Download het werkboek (PDF)