TachYons
Handleiding Top 30 Saleskansen
Wat er elke ochtend in je inbox ligt, hoe de lijst tot stand komt en wat je met elke prospect kunt doen.
Laatst bijgewerkt: 7 september 2026
Wat is de Top 30 Saleskansen?
De Top 30 Saleskansen is een e-mail die elke werkdagochtend laat zien welke organisaties jullie website hebben bezocht. Niet welke personen, maar welke bedrijven en instellingen. Het idee erachter is simpel: iemand die uit zichzelf jullie site bekijkt, is met iets bezig. Dat is een beter moment om contact te zoeken dan een willekeurige dinsdag.
De Top 30 komt van maandag tot en met vrijdag en ligt rond acht uur in je inbox. In het weekend versturen we niets; de Top 30 van maandagochtend neemt zaterdag en zondag gewoon mee. Alles staat in de e-mail zelf, er zit geen bijlage bij en je hoeft nergens voor in te loggen.
Kort samengevat. Het is een werklijst, geen rapportage. De bedoeling is dat je hem doorloopt, een paar namen eruit pikt en die opvolgt. Wat je vandaag laat liggen komt morgen niet vanzelf terug.
Wie ontvangt de Top 30?
De Top 30 gaat naar maximaal vijf collega's, doorgaans het verkoopteam. Moet er iemand bij of juist af, geef het door aan TachYons.
Waar de gegevens vandaan komen
De Top 30 draait op een databron die herkent welke organisaties jullie website bezoeken. Dat is SalesFeed of Leadinfo, afhankelijk van wat er voor jullie is ingericht. Welke van de twee het bij jullie is, zie je aan het logo onderaan de mail. De opbouw van de lijst is verder in beide gevallen precies hetzelfde; alleen het portaal waar je terechtkomt als je doorklikt verschilt.
Hoe een organisatie in de lijst komt
Je databron herkent welke organisaties jullie website bezoeken en vult die aan met hun bedrijfsgegevens: de naam, de vestigingsplaats en de branche. Die drie zie je terug in de lijst.
Wat er niet in komt
Organisaties die je in je databron als niet interessant hebt gemarkeerd, verschijnen in geen enkele tabel. Dat is de plek om partijen uit te zetten waar je nooit iets van wilt zien: je eigen organisatie, maar net zo goed partners, leveranciers of concurrenten die regelmatig komen kijken. Markeer je er daar een, dan is die de volgende ochtend verdwenen uit de Top 30.
In SalesFeed
Zet het relatietype van de organisatie op niet interessant en druk op Opslaan.
In Leadinfo
Ken het label Niet interessant toe aan de organisatie.
Relatietypen bij Leadinfo: welke labels wij herkennen
In SalesFeed is het relatietype een vast veld, dus daar hoef je niets te onthouden. In Leadinfo werk je met labels, en daar leest ons script een aantal labelnamen als relatietype. Alleen deze schrijfwijzen worden herkend:
| Relatietype | Labels die wij herkennen |
|---|---|
| Klanten | klant, klanten |
| Ex-klanten | ex-klant, ex klant, ex-klanten |
| Leads | lead, leads |
| Prospects | prospect, prospects |
| Concurrenten | concurrent, concurrenten |
| Leveranciers | leverancier, leveranciers |
| Partners en bekenden | partner, partners, bekende |
| Niet interessant | niet interessant, uitsluiten, negeren |
Hoofdletters maken niet uit: Klant, klant en KLANT zijn voor ons hetzelfde. Verder moet het label letterlijk kloppen, inclusief spaties, streepjes en enkelvoud of meervoud. Ex klanten met een spatie en in het meervoud staat er bijvoorbeeld niet in, en bekenden ook niet, terwijl bekende er wel staat.
Elk ander label wordt een tag. Dat is precies wat je nodig hebt voor een maatwerktabel, zie hoofdstuk 7. Maar het betekent ook dat een net-niet-goed geschreven relatietype geen relatietype wordt maar een tag, en dat de organisatie dus in de verkeerde tabel belandt. Twijfel je over een naam, mail hem dan even naar ons.
Let op. Niet elk bezoek is aan een organisatie te koppelen. Wat niet met voldoende zekerheid herleid kan worden, laten we weg. Je ziet dus niet al je verkeer terug, maar wat je ziet is wel betrouwbaar.
De tabellen in de Top 30
De Top 30 bestaat uit een aantal tabellen onder elkaar. Welke dat zijn hangt af van wat er voor jullie is ingericht.
Maatwerktabellen
Staan er bovenaan tabellen met een eigen naam, bijvoorbeeld naar marktsegment of regio, dan zijn dat maatwerktabellen. Ze tonen alleen de bezoekers waar jij je op wilt richten, op basis van een kenmerk dat je in je databron vastlegt. Ze staan bovenaan omdat dat is waar je als eerste naar wilt kijken. Wat eronder staat is het bredere beeld.
Nieuwe bezoekers
Organisaties die voor het eerst langs zijn geweest en (nog) geen klant zijn. Vaak het interessantste deel van de lijst, want hier zit wat je nog niet kende.
Herhaalbezoekers
Organisaties die meer dan één keer zijn langsgeweest en geen klant zijn. Terugkomen is een sterker signaal dan één keer kijken. Iemand die drie keer terugkeert, is ergens naar op zoek.
(Ex)klanten
Organisaties die in je databron als klant of ex-klant staan. Een bestaande klant die op jullie site rondkijkt kan een uitbreidingskans zijn; een ex-klant die terugkomt is een gesprek waard.
Is een tabel leeg, dan staat er een grijs regeltje in plaats van rijen. Dat betekent gewoon dat er niets in die categorie viel, er is niets misgegaan.
De kolommen
| Kolom | Wat er staat |
|---|---|
| Organisatie | De naam van de organisatie, klikbaar. Op de tweede regel staan de vestigingsplaats en de branche. |
| Bezoek | De dag waarop dit bezoek is waargenomen. Op een smal scherm staat deze datum achter de organisatienaam in plaats van in een eigen kolom. |
| #B | Het aantal bezoeken van die organisatie. Deze kolom staat niet bij nieuwe bezoekers, want daar is het altijd 1. |
| #P | Het aantal gelezen pagina's. Iemand die vijf pagina's doorneemt is verder in zijn oriëntatie dan iemand die er één bekijkt en weer weggaat. In de praktijk blijft het merendeel op één of twee pagina's steken, dus alles daarboven is het bekijken waard. |
| Relatie | Het relatietype dat je in je databron vastlegt, bijvoorbeeld Klant, Lead of Prospect. In SalesFeed is dat het relatietype, in Leadinfo een label (zie hoofdstuk 2). Staat er niets vast, dan lees je Onbekend, wat bij nieuwe bezoekers eerder regel dan uitzondering is. Deze kolom staat alleen in maatwerktabellen. |
| Acties | De knoppen PD en AI. Zie het volgende hoofdstuk. |
De volgorde van de regels
Binnen elke tabel staat het meest recente bezoek bovenaan. Bij bezoeken van dezelfde dag telt eerst wie het vaakst terugkwam en pas daarna wie het meest las. Terugkomen is namelijk een sterker signaal dan één keer diep doorklikken. Bij nieuwe bezoekers is het aantal bezoeken altijd 1, dus daar bepaalt het aantal pagina's de volgorde.
Dezelfde naam meerdere keren? Dat kan, en het is geen fout. Elke regel is een apart bezoekmoment op een eigen dag. Kom je een organisatie twee of drie keer tegen in dezelfde lijst, dan is dat juist een signaal: die komt structureel terug.
De drie dingen waarop je kunt klikken
De organisatienaam
Klik je op de naam, dan kom je in het portaal van je databron op het profiel van die organisatie. Daar zie je de volledige geschiedenis: welke pagina's zijn gelezen, wanneer en hoe vaak deze organisatie eerder langs is geweest. Dit is ook de plek waar je het relatietype aanpast.
SalesFeed
Je komt uit op het bedrijfsprofiel in het SalesFeed CRM, met de leeshistorie en het relatietype.
Leadinfo
Je komt uit op het bedrijf in de Leadinfo-inbox, met de bezochte pagina's en de bedrijfsgegevens.
De knop PD
PD staat voor Prospect Driver. Daarmee vind je relevante contactpersonen, contactgegevens (ook telefoon en e-mail), een uitgebreid profiel van de organisatie, een benaderingsadvies toegesneden op hun situatie en jouw propositie, de bezwaren die ze misschien opwerpen en de antwoorden die je daar weer op kunt geven. Het geheel als PDF voor je CRM.
De knop AI
De AI-knop opent een quickscan: een kort, feitelijk profiel van de bezoekende organisatie, samengesteld uit openbare bronnen. Je leest wie het bedrijf is, wat het doet en hoe groot het is. Genoeg om te bepalen of het de moeite waard is om er tijd in te steken.
De quickscan helpt je kiezen, Prospect Driver geeft inzicht en helpt je binnenkomen.
Waar deze lijst in je proces past
Leadopvolging loopt vaak ergens vast. Het loopt vast doordat er wel interessante signalen zijn, maar geen duidelijke aanpak of niet voldoende informatie. Er is wel data, maar geen informatie en geen inzicht. De Top 30 is gemaakt om op drie van de vier belangrijkste stappen te ondersteunen of zelfs alles te regelen.
De vier bouwstenen
Van bezoeker naar klant zijn er vier stappen: selecteren, verrijken, benaderen en nurturen. De Top 30 helpt bij drie van de vier stappen en helpt je op weg naar contact met de prospect.
| Stap | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Selecteren | Bepalen wie nu persoonlijke aandacht verdient. Dat is deze mail: uit al je verkeer blijft een korte lijst over. |
| Verrijken | Context toevoegen. De knop AI geeft je een eerste beeld van de organisatie, de organisatienaam brengt je naar de leeshistorie in je databron, en PD levert het volledige dossier met contactpersonen en benaderingsadvies. |
| Benaderen | Contact zoeken. Reken op vier tot zes serieuze pogingen via drie tot vier kanalen: bellen, LinkedIn, e-mail, post, een introductie via iemand anders. |
| Nurturen | Waardevol in beeld blijven bij wie interessant is maar nog niet zover, tot het moment wel rijp is. |
Let op. Een lead die je één keer probeert te bereiken, heb je nog niet écht opgevolgd. Wie na twee pogingen afhaakt, heeft het werk gedaan zonder het resultaat te halen.
Drie afspraken die het verschil maken
De lijst wordt pas een werkend proces als het team er vooraf drie dingen over heeft afgesproken. Zonder die afspraken blijft het een mail die iedereen leest en niemand opvolgt.
- Welk signaal telt. Spreek af welke prospects altijd worden opgepakt. Bijvoorbeeld iedereen die terugkomt, of iedereen die meer dan een handvol pagina's leest. Dan weet je precies welke prospects je wel en welke je niet direct opvolgt.
- Wie het oppakt. Wijs elke interessante prospect aan iemand toe, met een vervolgstap en een datum. Wat van het hele team is, blijft liggen. Is jullie team verdeeld naar markt of regio, dan kunnen wij die verdeling in de Top 30 zelf inbouwen met maatwerktabellen, zodat iedereen zijn eigen lijstje bovenaan heeft staan.
- Wat er gebeurt met de rest. Een organisatie die interessant is maar nu niet aan de beurt komt, hoort niet te verdwijnen. Zet die in je nurturing, zodat je in beeld blijft tot de timing wel klopt.
Het moment van de dag
De Top 30 ligt er rond acht uur, voordat de meeste teams goed en wel begonnen zijn. Dat is met opzet: hij is bedoeld als input voor het eerste overleg van de dag. Een korte standup waarin je de lijst doorloopt en de prospects verdeelt, kost tien minuten en zorgt ervoor dat er niets blijft hangen. Daarna is er tijd om voor te bereiden en te benaderen.
Niet harder werken, maar slimmer. Het gaat niet om meer bellen. Het gaat om een vast moment, een duidelijke keuze en een naam achter elke prospect. Wie dat op orde heeft, haalt meer uit dezelfde lijst dan wie er een uur langer op zwoegt.
Veelgestelde vragen
De bedrijfsnaam klopt niet met het domein dat ik verwacht. Hoe kan dat?
Een organisatie kan meerdere websites of handelsnamen voeren. Je ziet dan de naam van de organisatie terwijl het bezoek van een van hun andere namen kwam. Klik op de naam om in je databron te zien wat er precies achter zit.
Waarom staat een organisatie waarvan ik weet dat ze langs zijn geweest er niet in?
Meestal was het bezoek niet actief genoeg om de lijst te halen: er staat maar een beperkt aantal organisaties per tabel in en de drukste bezoekers gaan voor. Het kan ook zijn dat het bezoek niet met voldoende zekerheid aan een organisatie te koppelen was. En heel soms staat die organisatie in je databron als niet interessant gemarkeerd.
Hoe haal ik een organisatie uit de lijst?
Markeer die organisatie in je databron als niet interessant. Vanaf de volgende ochtend komt ze in geen enkele tabel meer voor. Klikken op de organisatienaam in de Top 30 is de snelste route daarheen, want dan kom je meteen op het juiste profiel uit. Hoofdstuk 2 beschrijft per databron waar je dat instelt.
Ik wil meer zien dan wat er in de Top 30 staat.
De Top 30 toont een selectie. Het volledige beeld staat altijd in je databron zelf, waar je vrij kunt zoeken, filteren en terugkijken. De organisatienamen in de Top 30 zijn de snelste route daarheen.
Kunnen we een eigen tabel krijgen voor een specifieke groep bezoekers?
Ja, dat noemen we een maatwerktabel. Je legt in je databron een kenmerk vast bij de bezoekers waar je je op wilt richten. Wij zetten er dan een tabel voor klaar met een eigen kop bovenaan je mail. Geef de naam van dat kenmerk precies zo door als hij in het portaal staat.
In SalesFeed
Maak een tag aan en ken die via een trigger toe aan de bezoekers die je wilt uitlichten in de Top 30. Geef de tagnaam door via info@tachyons.nl. Je eerste extra tabel, met een tagnaam naar keuze, voegen wij kosteloos toe.
In Leadinfo
Maak een label aan en ken dat toe aan de bezoekers die je wilt uitlichten in de Top 30. Kies een naam die niet in de lijst met relatietypen van hoofdstuk 2 staat, want die namen leest ons script als relatietype. Geef de labelnaam door via info@tachyons.nl. Je eerste extra tabel, met een labelnaam naar keuze, voegen wij kosteloos toe.
De Top 30 is vanochtend niet gekomen.
Controleer eerst je SPAM-map, want een mail met veel links belandt daar soms in. Staat hij daar ook niet, meld het dan bij TachYons; wij zien in ons logboek precies wat er die ochtend is gebeurd.
De Top 30 ziet er bij mij anders of rommelig uit.
Mailprogramma's en browsers geven opmaak niet allemaal hetzelfde weer en sommige passen kleuren of lettertypen zelf aan. Ziet het er bij jou niet goed uit, stuur ons dan een schermafbeelding met de naam van je mailprogramma, dan kijken we of we het kunnen verhelpen.
Zorgvuldig gebruik
De Top 30 gaat over organisaties, niet over personen. Er staan geen namen van bezoekers in en die zijn ook niet te achterhalen.
Ga je vervolgens met Prospect Driver een contactpersoon opzoeken, dan gelden daar de gebruikelijke regels voor zakelijke benadering. Wees open over waarom je belt, wees relevant en respecteer het als iemand aangeeft niet benaderd te willen worden.
Wat de quickscan en het Prospect Dossier aanleveren is gedeeltelijk door AI samengesteld uit verschillende bronnen. Dat gaat meestal goed, maar niet altijd. Blijf zelf nadenken over de tekst en het kanaal dat je gebruikt.
